Tomber la tête.
Zo af en toe ging ik in Frankrijk naar de ‘grote’ stad, zo’n 30 kilometer verderop. Dan reed ik, voor dag en dauw, in de open landrover door het prachtige glooiende gebied van de Auvergne – heerlijk!
Op een dag in het late voorjaar werd het weer tijd voor mijn verf- en knipbeurt. Er kwamen meer en meer grijze haren tevoorschijn.
Eerst onderweg een snel ‘Frans’ ontbijtje bij ‘le Petit dejeuner’. Eigenlijk een bakkerszaak waar wat simpele tafeltjes en stoeltjes stonden. Je kon er snel even een koffie met een croissantje naar binnen werken. Jan en alleman kwam er, de stokbroden vlogen over de toonbank. De één na de ander verdween dan ook met een stokbroodje onder de arm, gewikkeld in papier. Ik ging er even bij zitten, nam een koffietje met een croissantje en keek meteen even in ‘La Montagne’ het regionale nieuwsblad, wat het weer de komende dagen ging doen. Daarna door naar het overdekte winkelcentrum.
In het winkelcentrum zat een kapper waar je direct terecht kon. De kapsters kenden me inmiddels. Vooral Sylvie – een vrouw van half in de vijftig – niet rank en klein zoals zoveel Franse vrouwen maar lang van stuk - kort grijs haar en altijd een vriendelijke lach klaar. Toen het gesprek over het slechte weer van de laatste tijd ging – waarover heb je het anders bij de kapper – vertelde ik in mijn beste schoolfrans over de rozen die we pas geplant hadden op het terrein. Hoe slecht ze erbij stonden door de voorjaarsregen van de laatste tijd. Sylvie begreep me direct: ‘Ah, elles tombent leurs têtes’, zei ze, ondersteund met een neergaande beweging van haar handen. Prachtig hoe dichterlijk de Fransen zich kunnen uitdrukken! ‘Ze laten hun hoofd hangen’. Iedereen heeft wel eens de neiging om het hoofd te laten hangen, maar zoals de Fransen het zeggen klinkt het zelfs mooi!